Maó (Spaans Mahon) is de hoofdstad van het Baleareneiland Menorca. Phöniciërs, Romeinen, Moren, Fransen en Engelsen wisten de unieke, beschutte natuurlijke haven van Maó al te waarderen en zo wisselde deze plaats regelmatig van bezitter, zeer ter vreugde van de huidige toeristen, want elk land liet hier zijn culturele sporen achter. De bewoners schijnen zich goed aan deze regelmatige wisseling aangepast te hebben want Maó beschikt over een lijvig cultureel aanbod; zo was b.v. het operahuis Teatre Principal het eerste in heel Spanje. Daarnaast zijn er, afgezien van de haven, die tot de mooiste van de hele Middellandse Zee hoort, hier vele barokke gebouwen, oude kerken, feodale villa’s, Gregoriaanse huizen en een bonte markt te bezoeken, zodat Maó een kleine stad is die zeer de moeite waard is.
In Maó wird door een Franse kok de mayonnaise ontdekt. Op het eiland wordt deze veel bij vis en zeevruchten geserveerd, vooral de langosta a la parilla is een culinair genot.
Overigens hebben ook de Engelsen op Menorca zich op een bijzondere wijze vereeuwigd: terwijl in alle andere delen van Spanje voornamelijk wijn wordt gedronken, hebben de mensen op Menorca een voorliefde voor gin ontwikkeld. Enkele oude distelleerderijen kunnen zelfs in Maó bezocht worden.
Stranden zult u in Maó vrijwel vergeefs zoeken, maar waarvoor zijn er huurauto’s; gewoon lekker er op los rijden want het eiland is ideaal geschikt voor een kleine rondrit en uw zwempak had u sowieso al in de handbagage. Natuurlijk kunt u vanuit Maó ook wat islandhoppen. Er zijn genoeg verbindingen naar Mallorca. Het zou echter zonde zijn om Menorca te vroeg te verlaten want het eiland heeft veel te bieden. In 1993 werd Menorca door de UNESCO tot biosferenreservaat verklaard, zodat hier nog ongerepte natuur op u wacht; hier vindt u nog de baaien met kristalhelder water, die men helemaal voor zich alleen heeft. Geographisch is het eiland makkelijk in te delen: het noorden is rotsachtiger en heeft een steile kust, terwijl de meeste witte zandstranden in het zuiden te vinden zijn. Overal op het eiland vindt u prehistorische monumenten van de Talaiot – cultuur, mensen die van 2000 tot 1000 v. Chr. Leefden. De vele ruines geven al bij het gewoon verkennen van het eiland een goed overzicht van de levenswijze van de bewoners, dat men al eens van Menorca als één groot openluchtmuseum heeft gesproken. Voor festival-fans heeft het eiland ook het nodige in petto. Eind juni moet u echt in Ciutadella, helemaal in het westen van het eiland zijn. Sinds de 14e eeuw wordt hier het uitgelaten Fiesta Sant Johan met ruiteroptochten gehouden en in Maó worden in de zomer gelijk twee religieuze processies gehouden.
Wie vanuit Maó snel naar het strand wil, moet gewoon in zuidelijke richting naar het oude Franse dorpje Sant Lluís rijden. Hier staan een paar witte huisjes en een nog werkende windmolen en al na enkele kilometers bent u op het heerlijke strand van Cala Binibeca.
Op het eiland is alles bereid voor een aktieve vakantie. Alle denkbare watersporten worden hier aangeboden, daarbij komen nog de mogelijkheden om te golven, paardrijden of deltavliegen. Wandelaars komen hier evengoed aan hun trekken als mountainbikers; er zijn diverse beschermde natuur- en vogelgebieden, die ontdekt willen worden.