Goedkope autoverhuur Corsica

Het gebergte in zee: Corsica


Diepblauw water onder een wolkenloze hemel en dan duikt Corsica als een enkel gebergte op uit de Midellandse Zee. Het Franse eiland, 80 kilometer vanaf het Italiaanse en 180 kilometer vanaf het Franse vasteland verwijderd, bestaat voor 85% uit bergland. De hoogste berg is de Monte Cinto met 2.706 meter. Een echt paradijs voor wandelaars en klimmers – maar ook autorijders komen op de heerlijke pas- en kustenwegen in het genot van de wilde schoonheid van Corsica.

Helemaal in het noorden strekt zich de 40 kilometer lange Cap Corse zich uit in de zee. Oude havens aan de deels steile kust dienen tegenwoordig als jachthaven. De winden rondom de Cap maken de regio tot een Eldorado voor zeilers. Wie liever op het droge blijft, kan Cap Corse op de 130 kilometer lange kustweg verkennen – maar pas op: de route is deels erg smal en bochtig en de zee ligt direct naast de steile bergwand.

Aan de oostkust van de landtong ligt Bastia, de belangrijkste haven van Corsica. Hier komen veel vakantiegangers aan met de veerboot en reizen na een wandeling door de smalle steegjes, waarin de huizen dicht naast elkaar staan en platanen en palmbomen groeien, verder naar het binnenland, om van de fantastische bergwereld te genieten.

In Calenzana, in het noordoosten van Corsica, begint de bekendste en zwaarste wandelroute van Frankrijk: de Grande Randonnée 20 (grote wandelroute 20, afgekort: GR20). Tot aan  Conca in het zuidoosten zijn het 180 kilometer, die in 14 etappes van elk vier tot 8 uur worden afgelegd. Daarbij gaat de route door de dieper gelegen delen door het typisch Middellandse Zee bushlandschap. Hoe hoger men komt, des te beboster wordt het eerst: uitgestrekte beuken- en dennenbossen worden slechts door helderen riviertjes en kloven onderbroken. Een welkome afwisseling bieden de Badegumpen, kleine en grote gaten, die door het water in het gesteente uitgesleten zijn en overal op het eiland te vinden zijn. Andere wandelroutes, de Mare a Mare en de Mare e Monti, gaan danwel langs de kust of van oost naar west door het land en zijn in kortere tijd af te leggen.

Wie wandelen en klimmen qua sport niet ver genoeg gaat, kan onder toezicht vanaf watervallen springen, door kleine grotten zwerven en uitgesleten rivierlopen naar beneden glijden. Voor het zogenaamde canyoning biedt de Corsicaanse bergwereld de optimale voorwaarden.

In hoger gelegen gebieden is er in de winter meestal zoveel sneeuw, dat men er kan skieën.

Aan de westkust ontvouwt zich een van de mooiste landschappen van het vierde Middellandse Zee eiland in grootte: de Calanche – rood graniet verheft zich hier tot bizarre rotsformaties. Vooral bij zonsondergang is het kleurenspel zeer de moeite waard. Ook hier slingert zich een smale weg door het land, die vooral in het hoogseizoen tussen mei en augustus het nodige geduld vraagt.

Vanuit Porto voert de hoogste pasweg (1.470 Meter) van het eiland naar Corte, de oude hoofdstad van Corsicas in het binnenland. De route gaat langs een oud stuwmeer en een diepe kloof. Eveneens aan de westkust gelegen is Ajaccio, de huidige hoofdstad. Drie gedenktekens, een museum en een grot die naar hem werd genoemd, herinneren eraan dat Napoleon hier in 1769 geboren werd.

Helemaal in het zuiden, schieten de kalkrotsen 60 meter loodrecht uit het water omhoog. Aan de rand hiervan ligt de zuidelijkste stad van Corsica: Bonifacio. Via de trap van de koning van Aragonië komt men naar beneden naar de zee en een grot. Vroeger moesten de 187 in de rotsen uitgehouwen treden, die steil en vaak glad zijn te voet overwonnen worden. Een boottocht is bij een bezoek in Bonifacio natuurlijk standaardprogramma, want het uitzicht van zee uit op de huizen direct aan de rotsen is spectaculair.

In het zuidoosten komen de echte badgasten goed aan hun trekken: hier vindt u brede zandstranden en de zee is rustiger dan aan de westkust.

Wandelen, klimmen, canyoning of met de auto: Corsica beleeft men het beste in beweging!